Prooien worden zeldzamer

Insecticiden zijn één van de hoofdoorzaken van het verdwijnen van de vleermuis.

De achteruitgang van de jachtterreinen wordt versterkt door een vermindering van het aantal insecten, ongeacht het soort biotoop.

Dat verval is hoofdzakelijk te wijten aan het gebruik van pesticiden. Die giftige stoffen zijn niet alleen verantwoordelijk voor de verdwijning van een gevoelig deel van de vleermuizenprooien maar besmetten ook een groot deel van de insecten die wel nog te vinden zijn. Vleermuizen zijn grote insecteneters en hebben dus vrij snel een dodelijke dosis gif in hun lichaam.

De grote hoefijzerneus is bovendien niet alleen gevoelig voor pesticiden maar ook voor het gebruik van parasietenbestrijdende middelen. De grote hoefijzerneus voedt zich immers grotendeels met ontlastingetende insecten. Hij lijdt dan ook erg onder de sterke afname van het aantal prooien door het grootschalige gebruik van die parasietenbestrijders in de Waalse landbouw.

Wat stilstaande wateren en waterlopen betreft, zie je een terugloop van het aantal waterinsecten, die een voedselbron voor vleermuizen zijn. Dat is te wijten aan watervervuiling, de verslechterde kwaliteit van oevers en bodems en het opdrogen van vochtige gebieden.

In bossen ten slotte daalt het aantal beschikbare prooien door een gebrek aan dood hout en door de afnemende verscheidenheid binnen de bosgebieden.

Grote monoculturele naaldbossen zijn niet gunstig voor de ontwikkeling van insecten, die de belangrijkste prooi van vleermuizen zijn.

Nieuwsbrief

Heb je interesse in ons project ? Inschrijf je hier om van meer informaties te genieten over de voortuitgang van onze acties

Uitschrijf van onze nieuwsbrief

Partners